|
Het oog - een wonder!
De lichtstralen die door het oog worden opgevangen, worden door het
hoornvlies en de kristallens ontbonden en produceren een scherp
beeld op het netvlies. Daar veranderen zij in elektrische impulsen,
die door de optische zenuw naar de hersenen worden verzonden waar ze
als beeld worden waargenomen.
Net zoals een diafragma in een camera, regelt de pupil de
hoeveelheid licht die het oog binnenkomt door zijn breedte aan te
passen. Dit wordt gecontroleerd door de spieren in de iris.
De plaats van het netvlies waar de stralen van licht samenkomen,
wordt het „macula“ genoemd. Deze bedekt slechts 2% van het netvlies,
maar is essentieel voor ons vermogen om te lezen. Het is daar dat de
visuele scherpte het nauwkeurigst is. De overige 98% van het
netvlies is het zogenaamde “gezichtsveld”, hetgeen het mogelijk
maakt om beweging en objecten in ons midden – en perifeer zicht waar
te nemen.
De beelden, zowel nabij als ver, worden normaal op het netvlies
gevormd zonder dat een optische correctie noodzakelijk is.
„Accommodation“ is het middel waardoor het oog zich automatisch
regelt om volgens de behoeften te zien. Voor de nabije onderwerpen
bolt de kristallens zich - zoals de autofocus van een fotoapparaat -
op. Voor verre onderwerpen plat de lens zich af. In beide gevallen
wordt het licht gerefracteerd om de juiste lichthoeveelheid op de
retina te krijgen.
Een scherpe afbeelding op het netvlies is een noodzaak voor goed
zicht. Verschillende voorwaarden moeten daarvoor vervuld worden, bvb.
de lengte van het oog moet met de plaats overeenstemmen waar het
beeld zal geconcentreerd worden.
Nochtans bestaat er optische afwijkingen die onze
waarnemingscapaciteit beïnvloeden en een correctie vereisen.
|